donderdag 11 april 2013

Cinemagraph

Een cinemagraph is de naam van een filmpje waarin iets beweegt en de rest stil staat.
Als uitgangspunt heb je dus een filmpje .... en dan?



1. Open het filmpje in Photoshop. Dit doe je gewoon via file > open. In het lagenpaneel zie je dat je filmpje in een zogenaamde video group is geplast. Ook verschijnt er een timeline in beeld. (mocht dit laatste niet het geval zijn dan kun je deze vinden onder windows > timeline).

2. Dupliceer het filmfragment en plaats de gecopieerde film boven de videogroup.


3. De lagen staan in de timeline achter elkaar: plaats ze op elkaar.


3. Bekijk het nieuwe fragment en zoek een plaats op wat je als stilstaand beeld zou willen hebben. Het     blauwe puntje met rode lijntje geeft de plaatst aan op de timeline waar je bent.

4. Selecteer de bovenste laag en ga naar layer > rasterize > video
of layer > video layers > rasterize.
De bovenste laag heeft nu een paarse kleur gekregen; het videofragment bestaat niet meer maar is omgezet naar een stilstaand beeld.
                                   
5. Nu maak je een masker op de bovenste laag: daar waar het masker zwart is zul je de beweging zien van het filmpje in de laag eronder.


6. Nu moet het filmpje automatisch gaan loopen. Dit kun je "aanzetten"in het submenu (rechts in het timeline paneel) kies voor > loop playback.
submenu
 7. Natuurlijk mag je cinemagraph geen springer laten zien: je kunt met 2 schuifjes het begin en eindpunt van je filmpje veranderen om te zoeken naar een begin -en eindpunt die mooi op elkaar aansluiten.
Schuifjes voor begin -en eindpunt
 8. Opslaan: een cinemagraph wordt meestal als GIF bestand opgeslagen.
Ga naar file > save for web en kies GIF. Onderin kun je de maten veranderen en ervoor zorgen dat het bestand blijft afspelen door "forever"te kiezen (in plaats van once). Als je wilt kijken of het bestand werkt dan kun je hem in een browser openen.


Tot slot nog een aantal foto/filmtips:

  • Werk met statief
  • Begin eenvoudig
  • Let op dat de achtergrond van hetgeen je wil bewegen egaal is
  • Filmen met DSLR camera: gebruik sluitertijd van 1/50 
  • www.cinemagraph.com
Tips voor het opslaan:
  • Als je je bestand niet op kunt slaan als GIF kan dat komen omdat het te groot is.
  • Kijk eerst hoe groot het bestand is bij image > image size en verklein het indien nodig naar beeldscherm resolutie.
  • Als het dan nog niet lukt het als een GIF op te slaan verplaats dan je -in en eindpunt (dichter bij elkaar) zodat je filmpje korter wordt.

woensdag 10 april 2013

Image Size: bestand vergroten of verkleinen

Nogmaals een stukje over het vergroten of verkleinen van een foto.

!!  Het vergroten of verkleinen van een foto heeft kwaliteitsverlies tot gevolg: er moeten namelijk pixels bijbedracht of weggegooid worden. Verkleinen levert, in verhouding, minder problemen op. Hoewel in CS6 daarin wel iets veranderd is. Ik schreef hier al eerder over: http://hildemaassen.blogspot.nl/2012/06/image-size-cs6-verscherpt-bij.html

In het venster: image >  "image size" kun je de maten van een foto veranderen.
Waar moet je op letten?

De foto heeft een bepaalde grootte. Deze staat bovenaan bij pixel Dimensions.
Als je deze maat verandert dan wordt dit gemeld. Er staat dan tussen haakjes achter wat de grootte in MB's was.



Er zijn verschillende maten in dit venster aanwezig:
De breedte en hoogte in pixels en de documentformaat in centimeters of een aantal andere internationale waarden zoals inches, millimeters en punten. In Nederland hanteren we meestal centimeters voor prints en pixels voor beeldschermafbeeldingen.


Daarnaast is er een kopje met de resolutie: Hier kun je kiezen voor pixels per inch of pixels per centimeters. Eigenlijk gebruiken we hier altijd pixels per inch. Dit wordt DPI genoemd.

DPI is de fijnheid van een bestand. Het aantal dots (puntjes) waaruit een vierkante inch bestaat: hoe meer dots (puntjes) per vierkante inch hoe meer detail. Nu ligt het eraan waarvoor je het bestand wilt gebruiken wat de DPI moet zijn. Niet alle printers zijn bijvoorbeeld in staat om een bestand met 300 DPI ook zo weer te geven. 

De meeste laserprinters kunnen bijvoorbeeld 150 Dots per vierkante inch op papier plaatsen. Je kunt dan wel een bestand van 300DPI printen maar dat ziet er dan niet beter uit als een 150 DPI bestand. 
Het heeft dus geen enkele zin om je bestand dan 300 dPI te laten zijn. Sterker nog: een bestand van 300 DPI is 4x zo groot, vraagt dus meer opslagruimte en zal trager geprint worden. 

Een paar standaarden die meestal gebruikt worden: 
Voor drukwerk wordt als standaard 300 DPI gehanteerd. (ligt aan soort drukwerk, raster e.d.)
Voor inkjet printer tussen de 240 en 300 DPI 
Voor online print stations waar je boeken en foto's laat drukken tegenwoordig 240DPI
Voor laserprinter 150DPI
Voor beeldscherm resolutie wordt meestal 72 DPI of 96DPI aangehouden maar eigenlijk zijn pixels daar belangrijker.

Het veranderen van de bestandsgrootte / imagesize:

In dit venster is het heel erg belangrijk wat er allemaal verandert als er 1 ding verandert. 
Het koppelteken, wat je kunt veranderen door vinkjes te zetten bij scale en proportions regelt dit.

Als de breedte en hoogte alleen gekoppeld zijn wordt de foto groter of kleiner in MB's als je een getal verandert. Zijn de resolutie, breedte en hoogte gekoppeld dan blijft het document even groot in MB's.
Zijn ze geen van drieën gekoppeld en je verandert de hoogte of de breedte dan wordt het bestand vervormd. 

Breedte, hoogte en resolutie gekoppeld
Breedte en hoogte gekoppeld: bestand wordt vergroot of verkleind

Niets gekoppeld: bestand kan vervormd worden: zie voorbeeld hieronder

Vervormde foto omdat de hoogte verkleind is maar de breedte gelijk gebleven is.


Het vergroten of verkleinen wordt berekend: gesampled. Hoe dat moet gebeuren kun je kiezen.

Standaard staat hier sinds CS6 Bicubic Automatic. Bij vergroten kiest hij in dat geval bicubic smoother en bij verkleinen Bicubic Sharper.

Hoe werkt dat resampelen?
Bij het vergroten of verkleinen komen er extra pixels bij het bestand of worden het aantal pixels verminderd. In het geval van nearest neighbor wordt een naastliggende pixel gewoon gekopieerd waardoor er 2 pixels zijn.

Bij bilinear wordt de nieuwe pixel berekend door 4 omliggende pixels als uitgangspunt te nemen. Het gemiddelde daarvan wordt de nieuwe pixel.

Bij bicubic vergroten worden meer pixels in de omgeving meegenomen om de nieuwe pixels te berekenen; iets van 16 in totaal. Het is dus een preciezere manier.

Een foto kun je echter niet heel erg veel vergroten of verkleinen. Zelf doe ik het altijd in kleine stapjes, bijvoorbeeld per 0,5 cm en blijf ik de foto op 100% in de gaten houden. Of het beeld kwalitatief nog goed blijft. Ook wissel ik af tussen bicubic smoother en sharper. 

dinsdag 9 april 2013

Apply Image

In Photoshop is het mogelijk de inhoud van 2 lagen of kanalen bij elkaar op te tellen of af te tellen.
Hiervoor zijn 2 functies: image > apply image en image > calculations.

Met calculations krijg je een nieuw bestand, selectie of masker. Zelf gebruik ik dat om selecties te maken.

Bij Apply Image wordt de actieve laag samengevoegd met andere lagen. In een eerder artikel zie je hiervan een toepassing: http://hildemaassen.blogspot.nl/2013/04/een-omslachtige-manier-retouche-maar.html

Apply Image ga ik hier verder uit proberen te leggen.

Als uitgangspunt heb ik een foto genomen met daarop een andere laag waarin een blauw vlak geplaatst is. Ook heb ik bij kanalen een selectie opgeslagen van een ovaal.

uitgangspunt: lagen en kanalen (= selectie / masker)

Ik sta op de laag met het blauwe vlak. (de laag die ik wil veranderen MOET bovenop staan.
Nu ga ik naar image > apply Image. 
Nu krijg ik het paneel.

Eerst kies ik de bron. Als je daarvoor een ander (open) document wilt gebruiken dan moet dat document hetzelfde aantal pixels hebben. (als dat niet is kun je het document niet als bron kiezen).

Daarna kies ik de laag: welke laag wil ik dus samen voegen met mijn blauwe vlak.
Wil ik de hele laag samenvoegen of slechts een kanaal van die laag; dat kan ik bij "channel" ingeven.
Ook kan ik de laag / het kanaal omkeren door invert aan te klikken.





Nu moet ik gaan vertellen bij "blending"wat ik wil gaan doen. Wil ik de informatie van de lagen bij elkaar opgeteld of van elkaar afgetrokken hebben? add of substract. 

Add:  Telt waarden van pixels bij elkaar op. Hogere getallen staan voor lichtere kleuren 255, 255, 255 = wit; het gevolg is dus een lichter gekleurd resultaat.


Substract: Telt de waarden van de pixels van elkaar af. 

Scale: je kunt hier getallen tussen 1 en 2 invullen; dit heeft effect op de donkerte. 

scale 2
scale 1


Offset: hier kun je getallen tussen de +255 en -255 invullen regelt het lichte in de foto. (zie hieronder)


offset -255
offset + 255


Als je een masker hebt (opgeslagen selectie als alpha kanaal) en je vinkt "mask"aan verschijnt er een extra venster. Hierin kun je de opgeslagen selectie en natuurlijk de kanalen als masker selecteren. Ook deze kun je omkeren met behulp van de "invert"optie.



Nadat je OK indrukt heb je een laag waarin de 2 lagen samengevoegd zijn, in dit geval de blauwe laag en de foto laag waarbij er door het masker ook een gedeelte is wat egaal blauw is.
Eindresultaat

theekopjes


http://365project.org/thamarweertsphotography/365
Thamar Weerts, een studente heeft een project waarbij ze een jaar lang iedere dag een theekopje fotografeert. Zelf ben ik geen theedrinker, maar ik krijg spontaan zin in thee na het blog bekeken te hebben. 

maandag 8 april 2013

Een omslachtige manier retouche (maar wel mooi)

 Als uitgangspunt deze foto waarbij ik dan wel een leuke vogel op mijn hoed heb, maar ook enorme wallen onder mijn ogen en vlekken op de huid. Eén van de vele methoden om deze weg te halen. Een beetje omslachtige dat wel beschrijf ik hieronder.1. Dupliceer je bestand en ga naar filter > blur > gausiaans blur en kies een redelijk groot aantal pixels. Ongeveer 20 tot 30 % van de bestandsgrootte. Mijn bestand is 76MB (1 laag) en ik kies 23 px. 

2. Ik dupliceer nogmaals het originele bestand en nu kies ik voor image > apply image. 
Bij layer kies ik de zojuist geblurde laag en ik kies voor blenden modus "add". 

LET op: invert aan en scale op 2.

3. In het lagenpaneel zet je deze nieuwe laag op linear light. 
(Het resultaat lijkt inderdaad op dat van filter high pass en dan geblurd.)

4. Nu ga je in de bovenste laag de oneffenheden stempelen. In mijn geval de vlekjes en wallen dus.

Dit komt best nauwkeurig. Wil je het resultaat iets verminderen dan kan dit door de middelste laag (die van het blurren) in opaciteit te verminderen.








Wat je met deze methode doet is het stempelen van de structuur. Om dit duidelijk te maken heb ik hieronder de rand van de hoed gestempeld rechts van de neus. Je ziet dat de kleur niet mee gestempeld wordt maar de textuur wel.

6. Je raakt zo ook gemakkelijk de ruis kwijt en maakt het gezicht erg glad zoals hieronder te zien is, is mij te glad.

7. Ik maak daarom boven deze lagen nog een nieuwe laag aan die ik vul met 50% grijs (edit > fill > 50% grijs). Ik ga daarna naar het lagen paneel en daar zet ik de laag op > overlay.

Daarna ga ik naar filter > noise > add noise en afhankelijk van de bestandsgrootte voeg ik noise toe. 
10% ongeveer van de bestandsgrootte. Dus is je bestand 40MB dan ongeveer 4%.
Je krijgt daardoor een mooie textuur over je hele beeld.




Bestand zonder noise toegevoegd; retouche is duidelijk zichtbaar
Bestand met noise toegevoegd; soort korreltje waardoor retouche niet zichtbaar, scherper resultaat

Uitsnijden RAW foto in centimeters

In camera RAW is het mogelijk om de foto in een gewenst formaat in centimeters uit te snijden.

In het voorbeeld hieronder wil ik de foto 30x40 cm hebben.
Ik ga naar crop (C) > custom en ik kies voor cm (belangrijk anders werkt het niet)
Ik type de gewenste maten in en trek mijn kader op de foto.

Ik zorg er tevens voor dat de DPI's kloppen (onderaan op de blauwe link klikken)

Als ik de foto nu open in Photoshop heeft hij de door mij ingevulde maten. Dit kan ik zien bij image > image size.


vrijdag 5 april 2013

hoedje






Foto aanleveren voor drukker

Bij het aanleveren van een foto voor een drukker mogen je zwarte partijen niet helemaal dichtlopen. Als je hetzelfde document zou willen printen is er niets aan de hand.

Dit alles heeft te maken met het feit dat er in drukwerk een raster gebruikt wordt. Dit raster moet zowel in de zwarte als in de witte partijen zichtbaar kunnen zijn.

De meest gebruikte methode om de foto goed aan te leveren is het instellen van de output levels in Photoshop. Hoe je die in moet stellen is afhankelijk van de grote van het raster of eigenlijk het percentage van het beeld dat uit het raster bestaat.

Output levels veranderen

Als ik die output levels gebruik wat gebeurd er dan eigenlijk?
Iets wat ik me nog nooit echt afgevraagd had. Het is heel simpel te zien. Wat blijkt: Je histogram wordt iets langer aan de voor en achterkant: er is dus geen helemaal wit en helemaal zwart meer in de foto.
Het gevolg van veranderde output levels

Als je deze methode gebruikt moet het histogram zelf vooral wel goed gevuld zijn. Ik bedoel dat er informatie van 0 tm 255 aanwezig moet zijn.

woensdag 3 april 2013

mensen verfraaien in theorie

Als je je portretfoto wilt maken en later verbeteren in de beeldbewerking dan moet je eigenlijk een en ander weten over:

1. Anatomie: Hoe veranderen mensen in de loop van de jaren, met het ouder worden. (Algemeenheden)


2. Over licht: wat doen soorten licht en wat is het verschil tussen laag en hoog licht. 

3. Schaduw: schaduw hoort bij licht omdat licht schaduw creëert.

4. Over belichten: wat is het gevolg van goed belichten, onder en overbelichten. 

5. Soort lens en positie ten opzichte van de lens.

6. Schoonheidsidealen: wat vinden "we" mooi? Wat zijn de trends.

7. Normen en waarden: hoe ver kun je gaan, mag je gaan, wil je gaan. 


Voordat ik een lijst geef met algemeenheden maak even 2 opmerkingen:

* Alles wat ik hier ga schrijven geldt "in het algemeen". Je kunt er wel je voordeel mee doen: bijvoorbeeld: de neus wordt groter als je ouder wordt: je kunt dus de neus iets kleiner maken: dat maakt iets jonger.
* Bewerkingen altijd zo minimaal mogelijk maken; als je en de oren iets kleiner maakt, en de neus en de tanden iets witter en.... en..... en....  : dan is het eindresultaat de optelsom en dus een groot verschil. De kunst is het zo te doen dat het nog steeds natuurlijk blijft. (zie voorbeeld onderaan)

Wat is vaak het verschil tussen een jong iemand en een oudere?

a. Hoofd: bij een baby is het hoofd rond en groot ten opzichte van lichaam. Hoe ouder we worden hoe langwerpiger het gezicht wordt. Portretfoto's maak je vaak met een lens met een iets langer brandpunt als standaard. Voorbeeld: als de standaard 50 is, full-frame, dan gebruik je meestal een 85 of 105. Een kort brandpunt, groothoek, zal een ronder gezicht tot gevolg hebben.

b. Kin: baby's hebben vaak een rond kinnetje, 20/30 jarige en strakke kin en op latere leeftijd wordt de kin vaak wat hoekiger. Hoe hoekiger hoe meer schaduw er op het gezicht aanwezig zal zijn.

c. Wangen: de ronde, rossige babywangetjes kunnen uiteindelijk wat valer van kleur worden en iets ingevallen zijn: meer schaduw. (schaduw is vaak blauwer van kleur waardoor de huid valer aan zal doen). 

d. Mond: Bij de baby rozig, rond en beetje vormeloos. De bovenlip is vaak wat groter. Ouder houden we van glanzende lippen met vorm. Op oudere leeftijd gaan de mondhoeken vaak iets hangen en wordt de mond iets kleurlozer. We vinden glanzende scherpe lippen mooi; dat is wat vaak in Photoshop iets aangezet wordt.

e. Bij de baby is de neus vaak groot en nog vormeloos. Later zijn de neusgaten licht van kleur met een zachte overgang naar wangen. De neus groeit door als we ouder worden (net als de oren) waardoor op hogere leeftijd de neus groter is net als de neusgaten. Die worden dus donkerder van kleur. Ook wordt de neus vaak iets langer en smaller. (net als het hoofd zelf). De neusgaten iets lichter maken zal er vaak al voor zorgen dat de neus minder groot lijkt.

f. Ogen: Bij baby's staat de ogen nog dicht bij elkaar en zijn ze ook groot ten opzichte van het hoofd. We associëren glanzend en wit oogwit me gezond zijn. Ook worden ogen vaak verscherpt, zeker de wimpers. We vinden het mooi als er een witte reflectie in de ogen aanwezig is. Soms wordt de oogkleur (iris) iets levendiger gemaakt.
Op latere leeftijd wordt het oogwit vaak iets gelig of zie je rode aders. De ogen hebben vaak minder glans. Er zijn meer wallen en rimpels zichtbaar rondom het oog en de ogen liggen vaak dieper in de oogkas waardoor ze wat donkerder zijn (schaduw). Oogleden verslappen soms waardoor ze over het oog vallen. We stellen meestal scherp op de ogen; dat vinden we het belangrijkste in een foto.

g. Huid: de huid van een baby kennen we als zacht/ soft. De huid van tieners is door hormonen vaak ruwer met oneffenheden. Daarna komt er een strakkere huid. Uiteindelijk krijgen we rimpels en wordt de structuur vaak beter zichtbaar. Van een rossige kleur kunnen we eindigen in een beetje vale kleur.
Licht speelt bij de zichtbaarheid van de huidstructuur een grote rol. Zacht licht van voren laat minder structuur zien. Terwijl strijklicht (van opzij) de structuur juist erg zichtbaar maakt. De foto iets overbelichten, tijdens het fotograferen, helpt ook de huid iets zachter te krijgen.

h. Oren: bij baby's: rond, klein, beetje vormeloos en soms naar buiten staand. Later dichter tegen het hoofd. Oren en oorlelletjes groeien je hele leven door. Bij de één meer als bij de ander. 

i. Haren: bij baby's: weinig, dun en glanzend. Later vol, glanzend, strak. Weer later vaak dunner, met een hogere haargrens. Bij de meeste mensen grijzig of kleurlozer. In photoshop worden ook vaak de haren strakker gemaakt door bijvoorbeeld aan de buitenkant plukjes weg te halen. 

j. Wenkbrauwen: bij baby's: klein en in ronde boogjes. Later strakker en ronder (ook door het epileren). Omdat ook wenkbrauwen doorgroeien en de meeste ouderen niet meer epileren zie je ze borsteliger en groter worden.

k. Voorhoofd: is bij baby's korter en wordt later hoger en we krijgen er vaak rimpels. Door een hogere haargrens kan hij ook hoger gaan lijken. Rimpels kun je verminderen door bijvoorbeeld het contrast in de huidtinten van de foto te verlagen.

i. Nek: De nek van een baby is meestal kort en dik, later wordt hij langer en slanker. Als we nog ouder worden wordt hij soms weer dikker en korter. Let op: als je fotografeert met een te laag licht lijkt de nek vaak ook dikker. (De nek iets donkerder maken kan schelen). Alles wat lichter is in een foto lijkt naar voren te komen. Als de nek veel licht vangt lijkt hij daardoor meer naar voren te komen, en dus groter.

j. Jukbeenderen: Bij baby's is er eigenlijk geen spraken van jukbeenderen. Later worden ze duidelijker aanwezig. Op hogere leeftijd worden ze wat hoger en iets donkerder van kleur.

k. Tanden:  De kleur van het melkgebit is over het algemeen witter. Het natuurlijke kleur van het gebit verscheelt per persoon. De hoek tanden van het blijvende gebit kunnen soms wat geler van kleur zijn dan de andere tanden en kiezen. Tanden en kiezen worden naarmate we ouder worden ook iets donkerder en geler. We associëren witte en glanzende tanden met gezond en sterker. Noem het een schoonheidsideaal. Tegenwoordig hebben erg veel jongeren een beugel (gehad) en staan tanden rechter. 

l. De rest van het lichaam: Dit stukje gaat niet over ouder worden maar aangezien er aan het hoofd ook een lichaam vast zit nog een aantal tips:


  • Hetgeen het dichtste bij de lens is wordt het grootst afgebeeld. Bij gebruik van een groothoeklens wordt dit effect duidelijker zichtbaar.
  • Iets de schouder laten draaien geeft meestal een dunnere indruk.
  • Het hoofd iets naar voren bewegen en iets van boven (in ieder geval niet van onder) fotograferen geeft minder onderkin (indien aanwezig). De tong tegen het verhemelte aandrukken ook, maar of je dan ook nog kunt lachen????
  • Let op aansnijdingen: handen achter het hoofd of handen over elkaar of buiten het kader kan soms de indruk geven dat iemand geen handen heeft.
  • Als je het gezicht jonger maakt, of zachter; vergeet dan niet andere plaatsen waar huis zichtbaar is. 
Normen en Waarden: 

Tja hoever kun je gaan. In de journalistiek mag je niet echt dingen veranderen. Ook op ander momenten doe ik het zo min mogelijk. Heeft iemand een puistje dan haal ik dat wel weg. een moedervlek haal ik niet weg, want die hoort bij de persoon. Het ligt natuurlijk heel erg aan het doel van de foto. Een persoon moet voor mij absoluut herkenbaar zichzelf blijven. Als je eenmaal bezig bent is het soms moeilijk de grens te blijven houden. een beetje dit en nog even.... Voor je het weet ga je ver.
Ik werk daarom altijd in lagen en bewaar veel tussenmomenten.


Een voorbeeld (links before, rechts after, midden het verschil bij de oren)



Wat is er aan de foto rechts gedaan?

  • Ogen zijn beetje naar boven gehaald, hoeken ogen ook.
  • Wenkbrauwen iets smaller, Neus iets rechter
  • Voorhoofd minder hoog, haarlijn een beetje naar beneden
  • Oorlelletjes kleiner, oorschelp iets ronder,
  • Wangen iets ronder, net als kin,
  • Mondhoeken iets omhoog,
  • Kin iets omhoog, nek iets smaller.
  • Nee iets smaller



zondag 31 maart 2013

Hoedjes, natuurlijk

Alle hoedjes komen van "Global Hats" en zijn daar te koop. Het adres is 1e middellandstraat 3 in Rotterdam. http://www.globalhats.nl